- Geplaatst op 11 oktober 2025
- Geen categorie
Ambulance
Ik kan me geen mooier werk voorstellen dan het werk wat ik doe. Ondanks de nachtelijke telefoontjes, een recente werkdag van meer dan twintig uur of het werken op feestdagen zoals Kerst of Nieuwjaarsdag. Ondanks de grote verantwoordelijkheid die altijd op je schouders rust. Het is fijn om verschil te kunnen maken in de donkerste dagen van een mensenbestaan. Toch was er één moment dat ik met piepende banden het parkeerterrein van de kerk wilde verlaten.
Voordat ik begin met typen, denk ik vaak goed na waar ik mijn column aan ga wijden. De moeilijkheid is dat vrijwel elke uitvaart wel een column waard is. Er is altijd wel iets speciaals. Ik had makkelijk kunnen schrijven over een ereronde over Kruiningergors met ontelbare fakkels, over een moordzaak in een verpleeghuis of over hoe we afscheid nemen op het ‘ereveld’ van een woonboerderij.
En dan doe ik zoveel andere zomerse uitvaarten van vorig jaar tekort…
Het is al herfst als we ons gereed maken voor een afscheid in een Hervormde kerk. Op mijn telefoontje zie ik een berichtje van mijn wederhelft. “Luister, geen zorgen. Maar ik ben met ons dochtertje naar het ziekenhuis. Ze is van de trap gevallen.” Vlak later volgt een foto van mijn kleine meisje vastgebonden op een brandcard in de ambulance.
Ik trek wit weg. Mijn hele lijf schreeuwt maar één ding: naar het ziekenhuis… NU. Maar… hoe dan? Ik kan toch niet tegen de familie zeggen: “zoek het maar uit, ik ben weg.”? De uitvaart is te groot om Willeke alleen te laten. ,,Ik bel je zo snel mogelijk,” app ik terug. ,,Het gaat heel goed met Mayve,” klinkt het al snel geruststellend. ,,Ze lacht en loopt te feesten.”
Als de dominee de dienst opent vlucht ik snel naar buiten om kort te videobellen. Mijn schoonouders zijn ondertussen ook al onderweg naar het ziekenhuis, om hun dochter en kleindochter bij te staan.
,,Het gaat goed met de kleine, kijk maar.” Tot mijn opluchting zie ik een lachende en feestende Mayve.
Ondanks de grote schrik van deze ochtend, verloopt de uitvaart perfect. Niemand van de gasten heeft iets gemerkt van emoties of onrust in mijn lijf. Alles verloopt zoals afgesproken en de dienst doet meer dan recht aan de overledene.
Als de eerste kopjes koffie worden uitgeserveerd na de begrafenis, zit ik al in de auto. ,,Ga nou snel,” beveelt Willeke mij (terecht). ,,Ik leg het wel uit aan de familie.” Met piepende banden rij ik naar het Maasstadziekenhuis, waar de kleine zeker twaalf uur ter observatie moet blijven. Doorgaans is mijn dochtertje de meest enthousiaste van ons twee, maar dit keer ben ik dat.
,,Voel je niet schuldig,” zeg ik tegen mijn wederhelft. ,,Het had mij ook kunnen gebeuren.”
,,Voel je niet schuldig,” zegt zij tegen mij. ,,Ik begrijp het dat je niet weg kon.”
Qua kleding matchen we overigens totaal niet. Het valt de zusters daar ook op. Mijn vriendin loopt in haar ochtendkleding. Ik in driedelig kostuum. Slechts één van de verpleegkundigen durft er naar te informeren. ,,Ik kom van een begrafenis. Daarom was ik ook later.” Oei,” antwoordt zij verschrikt. ,,Dan is het wel helemaal een slechte dag voor je.” Ik glimlach vriendelijk.
Mijn vriendin en ik lachen hier later deze avond om, als we met de kleine naar huis mogen. Op mijn telefoon lees ik een mailtje van de familie van vanochtend: Lieve Niels, hoe gaat het met je dochter? Opnieuw verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Zo lief dat ze dit vragen. Ik kan me geen mooier werk voorstellen dan het werk wat ik doe. Ondanks de nachtelijke telefoontjes, een recente werkdag van meer dan twintig uur en het werken op feestdagen zoals Kerst of Nieuwjaarsdag.